Vlaamse Regering keurt Besluit Negatieve Prijzen definitief goed

De Vlaamse Regering heeft op 11 september 2026 het Besluit Negatieve Prijzen voor een tweede keer definitief goedgekeurd. Hiermee is de beslissing definitief dat er geen groene stroomcertificaten meer worden toegekend tijdens periodes waarin de stroomprijs gedurende meer dan 15 minuten negatief is. Het besluit zal ingaan vanaf 1 januari 2027.

 

De Vlaamse Regering heeft een besluit opgesteld om het certificatenbeleid aan te passen. In september 2025 werd dit ontwerpbesluit een eerste keer goedgekeurd door de Vlaamse Regering. Nadien werd het voorgelegd aan de Raad van State waar een lijvig advies uitgekomen is en werd door VEKA bijkomend studiewerk verricht. Vandaag 11 september werd een aangepast besluit definitief goedgekeurd. De aanleiding van deze aanpassing vindt de Vlaamse Regering in de CEEAG-richtlijn.

Samengevat zullen er vanaf 1 januari 2027 geen groenestroomcertificaten en geen warmtekrachtcertificaten worden toegekend voor alle lopende en nieuwe projecten op momenten dat de Belgische day-aheadprijs gedurende minstens één kwartier negatief is. Er is een vrijstelling voor installaties onder de 400 kW, die verlaagd wordt naar installaties onder de 200 kW voor installaties met indienstname vanaf 1 januari 2026. Dit besluit is dus ook van toepassing op bestaande installaties, maar enkel voor productie vanaf 2027. Er worden geen toegekende certificaten teruggevorderd.

 

ODE heeft zich, samen met collegafederaties, tegen dit besluit verzet en heeft zich met verschillende vragen tot bijsturing aan het kabinet gericht. Hier werden de volgende argumenten op tafel gelegd en aanpassingen gevraagd:

  • Elektrificeer: Zet in op stimulering van afname. De vraag aanwakkeren op momenten van hoog aanbod van hernieuwbare energie, zal het aanbod terug in evenwicht brengen.
  • Behoud rechtszekerheid: Bedrijven en investeerders in hernieuwbare energie berekenen hun rendement op basis van gemaakte afspraken met de overheid. ODE benadrukt dat bestaande contracten gerespecteerd moeten worden. In het kader van de GSC’en en WKC’en gaat het om contracten van 15 of 20 jaar.
  • Impact op de markt: Het voorstel treft ook alle geproduceerde hernieuwbare energie. ODE heeft voorgesteld om de maatregel te beperken tot de geïnjecteerde elektriciteit tijdens negatieve uren.
  • Impact op de doelstellingen van Vlaanderen: Door deze maatregel zal een deel duurzame energieproductie worden stilgelegd.
  • Impact op berekeningen van de onrendabele top: Zullen de effecten van deze maatregel worden meegenomen in de berekeningen van de Onrendabele Top? Deze heeft immers een effect op het aantal vollasturen, dat lager zal uitvallen.
  • Redelijke invulling CEEAG: CEEAG schrijft voor dat geen steun mag worden verleend “in perioden” waarin de marktwaarde van de productie negatief is. ODE stelt dat Vlaanderen kiest voor een strikte interpretatie van de CEEAG.

 

In het uitgebreide advies van de Raad van State worden een heel aantal kritische vragen gesteld die in lijn liggen met onze eigen bezorgdheden. Het kabinet Depraetere, samen met VEKA, heeft hier een antwoord op geformuleerd. In het advies werd ook gevraagd om extra studiewerk rond de impact op de rendabiliteit te onderzoeken. Hiervoor werd een studiebureau aangesteld. Uit deze studie zou blijken dat de impact voor de meeste dossiers beperkt is. Wanneer deze studie publiek wordt, zullen we dit ook naar de leden communiceren.

 

Van de voorgestelde mitigerende maatregelen, werden de volgende maatregelen wel weerhouden en is ODE momenteel samen met VEKA bezig met het uitwerken van een aangepaste berekening. ODE hoopt dat hier de nodige stappen gezet zijn tegen 1 januari 2027:

  • een verrekening van het aantal vollasturen in de berekening van onrendabele toppen en bandingfactor;
  • het behoud van garanties van oorsprong bij opslag bij een hernieuwbare energie-installatie

 

ODE heeft begrip voor maatregelen die bij negatieve prijzen gedrag stimuleren om vraag en aanbod beter op elkaar af te stemmen. Maatregelen die raken aan reeds afgesproken contractuele afspraken creëren echter rechtsonzekerheid. ODE betreurt bovendien dat de bijsturing rond ‘enkel voor injectie’ niet werd meegenomen in het finale besluit. Deze aanpassing had bedrijven kunnen aanzetten om ook hun verbruiksprofiel beter af te stemmen op de noden van het energiesysteem. Een evenwichtige aanpak vraagt immers niet alleen inspanningen van producenten, maar stimuleert ook flexibiliteit aan de verbruikszijde.

_____

U vindt de documenten hier: Toekenning van groenestroomcertificaten en warmtekrachtcertificaten bij negatieve prijzen | Vlaanderen.be